Platform on new construction, renovation, restoration and transformation

Modulair bouwen zonder grenzen: flexibiliteit, comfort en duurzaamheid in één oplossing

Een gesprek met Annemiek Glorie en Joris Billen van Algeco

Modulair bouwen is allang geen noodoplossing meer. Wat ooit werd gezien als een tijdelijke containeropstelling, is vandaag uitgegroeid tot een volwaardig en hoogwaardig alternatief voor permanente bouw. Met state-of-the-art isolatie, brandwerende oplossingen zoals de Fire-X, zonnepanelen, ventilatiesystemen en zelfs overdrukinstallaties tegen fijnstof, verschuift modulair bouwen steeds nadrukkelijker richting comfort, duurzaamheid en innovatie. 

In deze aflevering van de GWW-podcast van Louwers Mediagroep gaat moderator Roel Van Gils in gesprek met Annemiek Glorie, Regional Brands Manager Noord bij Algeco, en Joris Billen, Lead Technical Office Benelux. Samen bespreken ze de evolutie van modulaire oplossingen in Nederland en België, de impact van strengere energieregels, het verschil tussen huur en koop, en hoe Algeco inzet op hergebruik, standaardisatie en Europese innovatie. 

Eén ding wordt snel duidelijk: de mogelijkheden van modulair bouwen zijn vrijwel eindeloos. En de toekomst wordt alleen maar ambitieuzer. 

Transcript

[00:06] Introductie en voorstelling van de gasten 
Roel Van Gils: Welkom vanuit de studio van Louwers Mediagroep in Weert. Vandaag duiken we dieper in de wereld van modulaire oplossingen. En staat de toekomst van flexibel bouwen centraal. Hoe flexibel bouwen is modulair bouwen eigenlijk? Wat zijn de verschillen tussen Nederland en België? En waarom kiezen steeds meer bedrijven, scholen, zorginstellingen en overheden voor deze bouwmethode? Bij mij aan tafel twee bijzondere gasten die alles weten over modulair bouwen. Welkom Annemiek en Joris. Misschien kun je jezelf eerst even voorstellen. 
Annemiek Glorie: Ja, dankjewel Roel. Mijn naam is Annemiek Glorie. Ik werk voor Algeco sinds tien jaar in de rol als Regional Brands Manager Noord. En dat betekent dat ik verantwoordelijk ben voor de drie vestigingen, commercieel gezien en operationeel gezien. En daarin werk ik samen met Joris. 
Joris Billen: Ja, goedemiddag. Ik ben Joris Billen. Ik ben vier jaar actief nu bij Algeco. Ik ben verantwoordelijk voor het technische gedeelte binnen de organisatie. Dat wil zeggen dat ik de technical office leid binnen de Benelux. 

[01:12] Rol en verantwoordelijkheden binnen Algeco 
Roel Van Gils: Kun je daar een voorbeeld van geven of wat houdt dat precies in? 
Joris Billen: Wat houdt dat precies in? Dat wij actief deelnemen in de ontwikkeling van nieuwe units, maar dat wij ook waar mogelijk het commerciële team volledig gaan ondersteunen met het maken van tekeningen, het maken van budgetten, dat wij ook ad hoc oplossingen proberen uit te werken waar we bij klantlocaties eigenlijk tegen problemen aanlopen. Niet alleen voor commercieel, maar we proberen dat ook uit te breiden naar de hele organisatie, zeker ook op het gebied van veiligheid. Als er veiligheidssituaties zijn, proberen wij altijd wel in te grijpen en proberen we altijd een zo adequaat mogelijke oplossing voor te stellen, waardoor we deze risico’s kunnen elimineren. Maar dat gaat ook verder naar operations en andere afdelingen. 
Roel Van Gils: Kijk aan. Nou helemaal goed, nogmaals welkom. 
Joris Billen: Dank je. 
Roel Van Gils: Maar laten we eerst eens bij het begin beginnen. Als jullie op een verjaardag moeten uitleggen wat modulaire oplossingen, modulaire units zijn, wat zeggen jullie dan? 

[02:12] Wat zijn modulaire oplossingen? 
Annemiek Glorie: Ik begin altijd met uitleggen dat een modulaire oplossing iets is wat je tijdelijk hebt en wat flexibel is. Daarin voorziet Algeco niet alleen de units, maar ook de schottenketen en loodsen. En daarnaast vertel ik dat wij een marktleider zijn wereldwijd. We zitten in 25 landen en met 180 service centers kunnen wij eigenlijk in al die landen iedereen voorzien van flexibele huisvesting. 
Joris Billen: Ik probeer het eigenlijk meer toe te lichten aan de hand van Lego. Ik zeg altijd, wij spelen met grote blokken. Blokken die eigenlijk kant-en-klare burelen zijn of klaslokalen of voor een zorginstelling, die van de fabriek uit worden geleverd en waar we gebouwen kunnen maken van twee units tot 200 units. Dus we kunnen eigenlijk de oplossingen aanbieden die de klant nodig heeft, zowel qua grootte, qua indeling, qua afwerking. Dus we kunnen eigenlijk allerlei oplossingen aanbieden om de klant zo goed mogelijk van dienst te zijn. 

[03:15] Is modulair bouwen een noodoplossing? 
Roel Van Gils: En kun je dat dan zien als een noodoplossing? 
Joris Billen: Het is een oplossing die kan dienen als nood. We hebben dat nu onlangs gezien ook tijdens enkele crisissen waar we doorgegaan zijn, zoals de COVID- en coronacrisis in België en Nederland, waar er heel veel nood was aan tijdelijke ziekenhuizen, maar ook wachtlocaties voor mensen die getest moesten worden. Dan spreken we inderdaad over echte noodoplossingen. Maar ik wil ook wel toelichten dat we meer en meer de verschuiving zien naar industriële klanten, naar scholen die echt ruimte nodig hebben. Voor scholen kan het ook nog wel een noodoplossing zijn. Maar dikwijls zien we ook meer en meer permanente gebouwen geplaatst worden in modulaire units. Dus dat wil zeggen industriële klanten die beseffen wel dat ze in de komende tijd misschien gaan groeien, maar die toch nog de nodige flexibiliteit willen inbouwen om eventueel meer ruimte te creëren, minder ruimte te creëren aan de hand van het aantal mensen dat ze tewerkstellen. 

[04:22] Waarom is modulair bouwen relevanter dan ooit? 
Roel Van Gils: Joris, je gaf aan dat het relevanter is dan ooit. Waarom is modulair bouwen nu juist relevanter dan ooit? 
Annemiek Glorie: Omdat je ziet dat in beide landen, in België en Nederland, de vraag naar flexibel zijn en tijdelijk steeds groter wordt. We zien een achterblijving als het gaat om investeringen, eigenlijk in de meeste sectoren waarin wij actief zijn. We hebben het hier niet alleen over de bouw, maar ook over de industrie en over de scholensector. En daar zien we met name dat er vraag naar is, omdat er niet altijd geïnvesteerd wordt in een vast pand of vaste huisvesting. Dus het woord noodoplossing relateren wij eigenlijk alleen nog aan crisissituaties, dus een brand of een COVID. Maar het is veel meer een flexibele oplossing waarbij het steeds relevanter wordt. 
Roel Van Gils: Maar wel tijdelijk toch? 
Annemiek Glorie: Wel tijdelijk, ja. Absoluut tijdelijk. 
Roel Van Gils: Is daar een maximum aan? 
Annemiek Glorie: Wij houden zelf aan: tijdelijk kan een week zijn tot en met vijf tot tien jaar. Als het langer is dan tien jaar, dan spreken wij eigenlijk over semipermanent. En komen er ook vaak andere oplossingen kijken dan alleen die oplossingen van ons. Het kan wel met onze oplossingen, kan zeker ook langer dan tien jaar. 

[05:49] Misverstanden over modulaire bouw 
Roel Van Gils: Maar je ziet dat er andere spelers op de markt komen op het moment dat het semipermanent wordt. Wat zijn de grootste misverstanden eigenlijk als het gaat om modulaire oplossingen? 
Joris Billen: De grootste misverstanden betreffende modulaire oplossingen is eigenlijk dat mensen denken dat het goedkoop is. Op zich, het is geen goedkope oplossing, maar er zijn wel andere voordelen die dat nadeel zeker wel goedmaken. Namelijk bijvoorbeeld de interventie die wij nodig hebben om een modulair gebouw te plaatsen is veel korter dan een permanent gebouw. We kunnen ook beter de kwaliteit garanderen, omdat modules in een fabrieksomgeving worden geplaatst, waardoor de kwaliteit veel beter kan gewaarborgd blijven. Het is ook gemakkelijker om de kosten te voorspellen. Het afval dat geproduceerd wordt bij de productie van de units in de fabrieken is doorgaans veel lager dan het afval dat geproduceerd wordt bij een permanent gebouw. Dus er zijn veel grotere voordelen dan inderdaad het grootste nadeel dat het eigenlijk toch wel een kostelijke zaak is. 
Annemiek Glorie: Een ander nadeel kan zijn dat op het moment dat je in eerste instantie een noodgebouw of een tijdelijke modulaire oplossing neerzet en je denkt dat te doen voor twee jaar, je daar ook voor gereserveerd hebt, en het blijkt later dat het vier of vijf jaar wordt, dan zou je wellicht ook bij ons een andere oplossing aangeboden hebben gekregen. 
Roel Van Gils: Van bijvoorbeeld koop in plaats van huur? 
Annemiek Glorie: Ja. Dus dat kan nog een nadeel zijn. 

[07:11] Vooroordelen over containers en comfort 
Joris Billen: Een van de grootste vooroordelen wat we zien bij de klanten is dat klanten echt veel denken dat wij maar in containers handelen. Het zijn geen containers. Zeg nooit container tegen een unit. Want het comfort wat we momenteel kunnen aanbieden met onze oplossingen die we bij de klanten leveren, is dikwijls equivalent of zeker hoger dan permanente gebouwen die hier en daar wel opgetrokken worden als alternatief. 
Roel Van Gils: Ja, klinkt goed eigenlijk. Neem ons eens mee in zo’n modulaire unit. We zijn nu natuurlijk bij een podcast, maar wat kun je dan verwachten? Wat zijn de mogelijkheden? 

[07:52] Mogelijkheden in huur- en koopunits 
Joris Billen: De mogelijkheden zijn eindeloos. Zeker op het gebied – we hebben eigenlijk twee grote verschillen. We hebben huurunits en we hebben verkoopunits. In huurunits zijn we natuurlijk wel gebonden aan een aantal standaarden die we op voorhand bepaald hebben. Daar zitten bijvoorbeeld een vast aantal sanitaire units in ten opzichte van een aantal burelen en dergelijke. Maar voor een koopgebouw zeggen we altijd: the sky is the limit. Dus eigenlijk alles wat de klant wenst, kunnen wij aanleveren. Wij werken sowieso ook wel met zeer goede isolatie, met de nieuwste materialen, ook met voldoende focus op de recycleerbaarheid van de materialen na de life cycle. Je kan het zo gek niet bedenken en wij kunnen het voorzien in units. Maar in de koopunits dan. 
Roel Van Gils: Of ook in de huur? 
Joris Billen: In de huur en koopunits. Ik denk een van de laatste projecten die we onlangs hebben uitgewerkt, wou de klant graag een lift in het midden van het gebouw met een glazen trap naar boven. 
Roel Van Gils: In de modulaire unit? 
Joris Billen: In de modulaire unit. Dus dat zijn eigenlijk allemaal geen problemen. Natuurlijk zijn dat ook wel oplossingen die veel geld kosten en ook niet voor iedereen zomaar weggelegd zijn. Dat zijn geen standaardproducten die we kunnen aanbieden in elk project. Dus effectief, als de klant daar de vraag voor stelt, kunnen we dat aanbieden. Maar het is geen standaard en dat gebeurt ook niet elke dag. 
Roel Van Gils: En was dat een koop- of een huuroplossing? 
Joris Billen: Dat was een koopoplossing, ja. 

[09:19] Wanneer kiezen klanten voor koop of huur? 
Roel Van Gils: Want wanneer ga je eigenlijk over tot koop? 
Joris Billen: Het wordt eigenlijk voornamelijk interessant – er zijn verschillende factoren die hiermee meespelen. Een van de grootste factoren is natuurlijk, wij noemen dat capex. En dat is voor heel veel klanten hetzelfde geval. Als er veel capex beschikbaar is, als er veel cash of budget beschikbaar is bij de initiële start van het project, dan wordt er dikwijls geopteerd voor verkoop. Is er geen capex beschikbaar – want heel veel industriële klanten hangen af van moederbedrijven en kennen dezelfde situatie en krijgen maar met mondjesmaat, zoals Annemiek er juist ook al toegelicht heeft, capex en budgetten toegewezen – dan wordt er eerder geopteerd voor huur. Waarom? Dan kun je inderdaad de investering mee spreiden over een lange termijn. De looptijd is wel een van de punten die hierin meespeelt. 
Annemiek Glorie: Dus bij een huurklant, op het moment dat die weet dat het langer gaat duren dan tweeënhalf jaar, dan zou de keuze ook kunnen zijn om een koopgebouw op te vragen of een koopofferte op te vragen. 
Roel Van Gils: Het is ook niet zo dat je begint met huur en dan uiteindelijk toch overgaat op koop? 
Annemiek Glorie: Dat zou kunnen. In die zin is dat niet iets wat heel erg proactief wordt aangeboden, maar dat is zeker ook een van de mogelijkheden binnen de structuur van de financiën. 
Joris Billen: En binnen de financiering en capex en dergelijke is het ook mogelijk om een leaseformule of dergelijke aan te bieden. Dus dat wil zeggen dat de klant ook maar een maandelijks bedrag betaalt en op het einde van de rit, van de vier, vijf, zes jaar, heeft de klant inderdaad de mogelijkheid om een restbedrag te betalen waardoor ze wel eigenaar worden van het gebouw. 

[10:59] Maatwerk en comfort 
Roel Van Gils: Je gaf net al een voorbeeld van zo’n luxueus aangeklede unit. Dus er is dus wel degelijk maatwerk mogelijk? 
Joris Billen: Maatwerk is mogelijk. En helaas is dit een podcast, anders konden we nog wel wat foto’s of filmpjes laten zien, maar het is ongezien wat er momenteel mogelijk is in de modulaire bouw. Wij krijgen heel dikwijls ook de reactie van de klanten dat ze achterover vallen van de kwaliteit, het comfort wat ze eigenlijk krijgen in de modulaire oplossingen. Wat voor mij ook wel heel belangrijk is – ik heb zelf een achtergrond in de bouwsector, dus ik heb in mijn leven heel veel tijd doorgebracht ook in modulaire units – en het is ook belangrijk dat wij dat comfort geven aan de klanten. Waarom? Omdat heel dikwijls mensen die in die modulaire units werken, die zitten acht, negen, tien uur soms per dag in een unit. En eigenlijk zit je meer in die modulaire units dan dat je thuis bent. Vandaar dat dit ook wel zeker een aandachtspunt is, dat wij proberen zo comfortabel mogelijke oplossingen te bieden aan de klant. 

[12:05] Verschillen tussen Nederland en België 
Roel Van Gils: Wat zijn eigenlijk de grootste verschillen tussen de Nederlandse en de Belgische markt? 
Annemiek Glorie: Ik denk dat als het gaat om het type klanten, dat we wel dezelfde klanten hebben. Dus zowel in België als Nederland – we zijn natuurlijk een groot land in evenementen, zowel dans- als sportevenementen, die hebben we beide. Zeker ook die industrie en het onderwijs en die bouw. Ik denk dat als je kijkt naar de verschillen, dan is dat met name als je kijkt naar hoe wij hier zitten. De culturele verschillen die we hebben, dat zijn positieve verschillen. Maar hoe we elkaar benaderen, hoe we met klanten omgaan. Maar ik denk dat als we kijken naar de uitvragen die we krijgen, dan zien we het verschil dat in de industrie in België die vraag op dit moment voor bepaalde gebouwen hoogwaardige gebouwen betreft. En als we kijken naar de industrie in Nederland, dan zitten we daar nog in een lager segment en zetten we het hoge segment vooral weg in scholen, kinderdagverblijven en ziekenhuizen in Nederland. En daar zit denk ik op dit moment wel een verschil. Als we kijken naar de pharma-industrie, die in België vele malen groter is dan in Nederland, zien we daar ook een verschil. 
Roel Van Gils: Maar hoogwaardiger, dus meer comfort? 
Annemiek Glorie: Ja, luxer. Echt luxer. 

[13:29] Technische verschillen en wetgeving 
Joris Billen: Inderdaad. Maar dat is dan meer mijn winkel. Er zijn natuurlijk ook technische verschillen en verschillen in de wetgeving tussen België en Nederland. Betreffende bijvoorbeeld: in België hebben we de EPB-conformiteit. Dus dat wil zeggen dat gebouwen aan een bepaalde regelgeving moeten voldoen betreffende isolatie, hernieuwbare energie en dergelijke. Die wetgeving is verschillend in België en Nederland. In Nederland zijn die regels een beetje soepeler in vergelijking met België. Dus in België moet een gebouw conform de EPB zijn vanaf twee jaar huur of twee jaar ter plaatse. 
Roel Van Gils: Dus het is hetzelfde als een permanent gebouw? 
Joris Billen: Dat is dezelfde regelgeving als een permanent gebouw. In Nederland geldt dat pas vanaf een periode van vijftien jaar. 
Roel Van Gils: Vijftien? 
Annemiek Glorie: Ja. En wij hebben in Nederland – bouwen en plaatsen we alles volgens Bouwbesluit. Dus daar moeten we aan voldoen. En daarnaast, voor de industrie, volgen we de regels van bijvoorbeeld Deltalinqs. Dus daarin, ja, de wetgeving is echt wel een groot verschil tussen Nederland en België en soms ook een uitdaging natuurlijk voor ons als bedrijf. 
Roel Van Gils: Zit dat ook verschil in de aankleding of in de isolatienorm? 
Joris Billen: Wij proberen zoveel mogelijk met dezelfde standaardunits binnen de Benelux en in het hele gedeelte overal te werken. Het enige grote verschil wat we hebben als we units gaan transporteren van België naar Nederland is iets heel klein en vervelend, maar dat zijn de stopcontacten. In Nederland hebben we stopcontacten met randaarding, in België is dat met penaarding. Dus Nederland sluit meer aan met Duitsland, terwijl België eigenlijk aansluit bij de regelgeving in Frankrijk. 
Roel Van Gils: Dus je kunt ze niet zomaar uitwisselen dan eigenlijk? 
Joris Billen: Nee, op zich is het ook een kleine ingreep. Het duurt eigenlijk niet lang om de stopcontacten – ik denk dat we ongeveer zes, zeven stopcontacten per unit hebben – dus ik denk op een uurtje is alles wel gewisseld. 
Annemiek Glorie: Maar het moet wel gewisseld worden, cruciaal namelijk. Op het moment dat je de verkeerde krijgt, zou je dat niet willen. Dus elektriciteit is een belangrijke. 

[15:47] Trotsprojecten en Fire-X ontwikkeling 
Roel Van Gils: Kunnen jullie misschien een project delen waar jullie trots op zijn of waarvan je zegt: wow, dit is wel echt een paradepaardje? 
Annemiek Glorie: Ja, ik wil wel een project delen wat we in Nederland gedaan hebben. Dat is een school in Soest. En die school hebben we met een nieuwe Fire-X unit geplaatst. Wat je ziet in Nederland, maar ook in België, er komt steeds meer vraag naar, maar ook de eisen stellen dat, dwingen dat af. Als het gaat om fire resistance, dus brandveiligheid, brandwerend. En hier hebben we een school neergezet, tweelaags, middelbare school, met een leerplein erin, met klaslokalen erin, met een hoge afwerking qua isolatie, maar ook qua ventilatie. Wat natuurlijk ook na de COVID-periode heel erg een hot topic geworden is. 
Roel Van Gils: Vooral op scholen natuurlijk. 
Annemiek Glorie: Vooral op scholen, met veel kinderen in een klas. En hier praat je ook over tijdelijk, twee, tweeënhalf jaar, maar wel het comfort wat je moet hebben. Want ga er maar aan staan, je moet er elke dag naartoe. En dan is het heel fijn als je een mooie leeromgeving hebt. En dit is een van onze prestigeprojecten op dit moment, waar we heel trots op zijn in Nederland. 
Roel Van Gils: Maar dat heb je vast ook in België, Joris. 
Joris Billen: Ik heb niet echt één favoriet project in België. Ik denk, ik ben vooral trots op onze laatste geïntroduceerde unit die jij al aanhaalde. Dat is met name de Fire-X. Waarom? Omdat we daar echt wel een wapen hebben waar we ons mee kunnen wapenen voor in de toekomst. Dus echt een unit waar we zwaar ingezet hebben op de isolatie, maar ook op – nu ben ik echt wel technisch uitleg aan het geven – de thermische onderbrekingen in de verschillende schildelen. Waar we echt akoestiek, heel belangrijk ook punt, waar we ook ingezet hebben op modulaire oplossingen binnen onze modulaire units voor de ventilatie, voor noodverlichting en dergelijke. Dus op dat gebied denk ik dat we daar wel ook alle projecten die we tot nu toe gezet hebben, overal echt positieve feedback gekregen hebben van de klanten, dat het echt een oplossing is waar zij zelf ook verder mee willen investeren in de toekomst. Bijvoorbeeld wat we daar ook nog hebben aan toegevoegd, is we hebben een modulair pakket van zonnepanelen. Dus wat we eigenlijk met de vrachtwagen kunnen leveren, kunnen we gewoon bij de klant op de unit gaan plaatsen. Het is eigenlijk een plug-and-play systeem waardoor we ook nog hernieuwbare energie kunnen toevoegen aan deze units. Dus dat is toch wel iets waar ik het meest trots op ben wat we de afgelopen jaren gepresteerd hebben. 

[18:32] Duurzaamheid en standaardisatie in Europa 
Roel Van Gils: Daarmee maak je eigenlijk al een bruggetje naar duurzaamheid en toekomst toe inderdaad. Dat is dus echt jullie state of the art, laatste ontwikkeling, die unit die je net noemde, die oplossing. 
Annemiek Glorie: Ja, en het is deze unit die ook wereldwijd, of in ieder geval Europa-wise, uitgezet gaat worden. Dus dat is ook iets heel moois dat je natuurlijk uiteindelijk wel gaat voor als je de link legt naar duurzaamheid. Wanneer wij binnen al die landen hetzelfde type unit gaan voeren, kun je bedenken – even los van de elektriciteit – maar kun je bedenken dat we units veel makkelijker kunnen uitwisselen, dat we veel kostenefficiënter kunnen zijn en dus veel duurzamer door dat op een andere manier in te zetten. En daarnaast zien we ook heel veel vragen vanuit de markt als het gaat om bijvoorbeeld regenwateropvang, grijswater, zodat je af bent van een oplossing die we nu vaak doen met schoonwatertanks, vieswatertanks. Op het moment dat je dat bedenkt, dat je dat elke keer moet vullen, aanvullen, vervangen, terwijl je het eigenlijk kan doen met een opvangsysteem, dan zijn de mogelijkheden eindeloos. Alles wat je voor thuis kunt bedenken, kunnen we uiteindelijk ook in een unit. Dus we werken ook al in bepaalde situaties met warmtepompen. Maar ook op dit moment bijvoorbeeld een aantal projecten op Schiphol waar fijnstof een rol speelt, waar we werken met overdruksystemen in de unit, zodat we er honderd procent zeker van kunnen zijn dat de fijnstof buiten blijft. En dat zijn echt wel ontwikkelingen voor de toekomst. 

[20:03] Keuzemogelijkheden en aanbestedingen 
Roel Van Gils: Maar heb je als klant dan eigenlijk een keuzemenu van dit wil ik, dit wil ik, dit, dit en dit, en dit past allemaal op de unit? 
Joris Billen: Ja, dat klopt inderdaad. Maar ik moet wel zeggen, meestal komen klanten naar ons toe met wat zij nodig hebben. Dus zij komen naar ons toe: we hebben burelen nodig voor zeventig mensen. We hebben kleedkamers nodig voor x aantal mensen. En het moet voldoen aan dit, dit, dit en dit. En dan gaan wij proberen te puzzelen binnen de standaardoplossingen die wij voorhanden hebben. Welke producten van ons komen het meest in aanmerking in het technisch gebied, maar ook op economisch vlak. Dan gaan we proberen te kijken met de klant: oké, wat is haalbaar, wat is niet haalbaar? En gaan we zo proberen natuurlijk de best mogelijke oplossing aan de klant aan te bieden. Maar heel veel – we zien zeer zeker de evolutie ook in de bestekken van de verschillende aanbestedende overheden – dat nadruk veel meer op sustainability wordt gelegd. Dus dat is in heel veel gevallen: aanbestedende overheden hebben dikwijls verschillende criteria waarop projecten worden toegewezen. En meer en meer zie je dat sustainability of het groene aspect van de modulaire units meer en meer een beslissingsfactor wordt in het hele proces. Dus naar de toekomst toe verwacht ik dat dat enkel nog maar meer en meer gaat komen. 
Roel Van Gils: Met groen aspect zit het natuurlijk ook in het hergebruik toch? Want zo’n unit wordt die ook hergebruikt als er van een project terugkomt? Kan dat één op één? 
Annemiek Glorie: Nou, op het moment dat we een project uitgezet hebben en we halen hem weer op, dan komt die bij ons terug in een van de servicecenters. En daar staat een team mensen klaar die de unit checken. Waarbij gekeken wordt: wat moeten we vervangen of wat kunnen we hergebruiken? En wat we in beide landen heel goed doorgevoerd hebben, is dat we – zoals Joris in het begin zei – een soort Lego-blokken zijn. En daarbij kunnen wij ook spelen met de wanden, deuren, ramen. Die kunnen we in en uit klikken. En daarvan hebben wij ook een – wij noemen dat zelf – een refurbishinglijn in de servicecenters. Waarbij we zeggen: oké, een wand binnen een unit is niet meer goed. Welke onderdelen kunnen we daarvan hergebruiken? Kunnen we op die manier nieuw inzetten? Units hebben een levensduur van gemiddeld dertig jaar. Dus in principe doen we heel veel onderhoud aan onze producten. 

[22:31] Productie en servicecentra 
Joris Billen: We moeten eigenlijk wel rekening houden dat na die dertig jaar ongeveer negentig procent van alle materialen in die unit ook effectief gerecycleerd wordt. Dat is ook wel belangrijk om te weten. 
Roel Van Gils: Waar worden ze geproduceerd? 
Joris Billen: Wij produceren ze in Tsjechië, Frankrijk en Spanje. 
Annemiek Glorie: Dat zijn onze eigen fabrieken. Die werken voor heel Europa. Maar zoals gezegd: 25 landen. Dus wij zitten ook in andere landen, maar dit is even voor Europa. Die van Benelux worden ook gemaakt in die drie verschillende fabrieken. En daar wordt de keuze gemaakt wie er tijd heeft. Dus het werkt op tijdslot. 
Roel Van Gils: Die mogen leveren? 
Annemiek Glorie: Die mogen leveren, ja. Daar gaan we dan bestellen. 
Roel Van Gils: En in elk land, dus in Nederland en in België, hebben jullie servicecentra? 
Annemiek Glorie: Ja. Er zitten er 180 zoals gezegd in heel de wereld. En we hebben twee servicecenters in België en drie in Nederland. In België hebben we het over Beringen en Perwez. En in Nederland hebben we het over Den Bosch – daar worden de schottenketen en de loodsen gemaakt en voorbereid – en Beverwijk en Moerdijk zijn ook unitvestigingen, hetzelfde als in België. 

[23:40] Schottenketen en loodsen 
Roel Van Gils: Jij noemde net schottenketen en loodsen inderdaad. We hebben het vooral gehad over modulaire units. Kun je daar misschien ook nog een toelichting op geven? 
Annemiek Glorie: Ja. In Nederland en België kunnen we nog twee andere oplossingen bieden voor modulaire bouw en voor tijdelijke oplossingen. Eigenlijk houten gebouwen die je van zes meter tot en met vijfentwintig meter kunt bouwen. Twee laags, drie laags. 
Roel Van Gils: De eigenlijke bouwkeet eigenlijk. 
Annemiek Glorie: De eigenlijke bouwkeet zoals mensen hem kennen. En die worden veel ingezet bij bouwcombinaties en infraprojecten. En daarnaast hebben we loodsen. En dat zijn loodsen die – ja, Romney-loodsen, maar dat is een merknaam – maar het zijn ronde loodsen, zeg maar. Dus die je ook heel veel in de industrie ziet. In Nederland zeggen we heel vaak: waar Freddy Heineken heeft vastgezeten tijdens de ontvoering. 
Roel Van Gils: Weten ze dat in België ook? 
Annemiek Glorie: Dat denk ik wel. Nee? Dat is voor Joris zijn tijd, denk ik, Roel. Maar die loodsen worden ook door ons aangeboden als een oplossing. 

[24:45] Blik op de toekomst 
Roel Van Gils: En nog heel even een blik naar de toekomst toe, zeg maar. Waar staan we over vijf of tien jaar? 
Joris Billen: Over vijf à tien jaar verwacht ik enkel dat de regelgeving omtrent modulair bouwen – niet alleen modulair bouwen maar ook permanente bouw – alleen nog strikter gaat worden. Dus wij spreken nu over bepaalde U-waardes voor de isolatie. Die gaan veel strenger worden. De hoeveelheid hernieuwbare energie die we per vierkante meter van de gebouwoppervlakte nodig hebben, gaat omhoog gaan. Dus de regelgeving omtrent sustainability of energiewetgeving gaat alleen strenger worden. Maar daarentegen, het voordeel dat wij natuurlijk hebben als onderdeel van een grote groep: de innovatie en de ontwikkeling van nieuwe units staat niet stil. Dus wij zijn nu in een afrondingsfase voor het lanceren van de nieuwe Fire-X binnen heel Europa. Maar dat wil niet zeggen dat we nu al niet achter de schermen doorgaan en beginnen te denken over: oké, we hebben nu dit gelanceerd, wat is de volgende stap? Dus we zijn nu aan het kijken: gaan we extra verbeteringen toevoegen aan een bestaande unit of gaan we gewoon beginnen van scratch en een nieuwe unit ontwikkelen met het oog op een langere levensduur of met focus op wat zullen de normen zijn binnen tien jaar? Dus er gaat binnenkort een werkgroep samengesteld worden waar met specialisten uit verschillende landen besproken en gedebatteerd gaat worden over wat zullen de normen zijn binnen vijf à tien jaar. En daar zullen we mee aan de slag gaan om binnen twee, drie jaar opnieuw een heel nieuw product op de markt te brengen. 
Annemiek Glorie: En ik denk daarnaast ook, zoals Joris het schetst vanuit Algeco-kant, wat ik zie aan de commerciële kant, aan de klantenkant, is dat klanten ons uitnodigen en waarin we heel erg de samenwerking opzoeken met grote bouwklanten in Nederland als voorbeeld. Waarbij we samen kijken naar de toekomst, omdat zij ook aan allerlei eisen moeten voldoen. En ook heel erg kijken naar de huisvesting van de toekomst. Mensen die nu van school komen en die bij grote bedrijven willen werken – we willen allemaal de beste en het meest goede personeel – maar uiteindelijk wens je natuurlijk zelf ook dat je in een hele fijne werkomgeving zit. Dus daarin werken we heel veel samen op dit moment met klanten om ook vanuit die klanten te horen: wat zijn die wensen en hoe zie je de toekomst? En om daar dan weer gezamenlijk op in te spelen. 

[27:36] Europese regelgeving 
Roel Van Gils: En verwachten jullie ook dat de wet- en regelgeving gelijk wordt getrokken op enig moment? 
Joris Billen: Ik verwacht wel, omdat we zien dat er meer en meer ook vanuit Europa komt, dat op termijn – waarschijnlijk een van de komende jaren – er ook wel een Europese regelgeving zal komen die dat reguleert. Want wat we nu hebben geleerd ook met introductie van onze vorige nieuwe unit, is dat er momenteel binnen alle landen van Europa overal een andere regelgeving is omtrent energie en energiezuinigheid en hernieuwbare energie. 

[28:17] Wat moeten luisteraars onthouden? 
Roel Van Gils: Als luisteraars één ding moeten onthouden over modulaire oplossingen, wat is dat dan? 
Annemiek Glorie: Ik denk dat als het één ding is, dat de mogelijkheden eindeloos zijn. En dat alles wat je wenst eigenlijk kan in een modulaire oplossing. Of het nou een unit is, een schottenkeet of een loods. 
Roel Van Gils: Ook in de schottenketen? 
Annemiek Glorie: Ook in de schottenketen kunnen we dat doen. En ook zelfs in loodsen, ja. Dus alles is mogelijk. Dat moeten de luisteraars onthouden. 
Joris Billen: Wat ik zou willen meegeven is dat modulair bouwen zeker niet hetzelfde is als de containers waar we vroeger meer over spraken. Het is echt een heel hoog niveau van comfort, een heel hoog niveau van energiezuinigheid. En we kunnen eigenlijk, zoals Annemiek ook aanhaalt, alles aanbieden wat de klant wil. Het voordeel wat we hebben ook binnen Algeco is dat we onszelf beschouwen als een one-stop-shop. Dus ook dingen die wij niet in ons gamma hebben, daar zullen wij zelf de markt op gaan en proberen ook die oplossingen aan de klant aan te bieden. Dus eigenlijk is het een heel goed alternatief voor permanente bouw, voor klanten die niet dadelijk het budget hebben voor aankoop. Maar het is echt wel niet te vergelijken met de bouwcontainers van vroeger. 
Roel Van Gils: En dan doel je dus ook bijvoorbeeld op ventilatiesystemen, zonnepanelen? 
Joris Billen: Ja, tafels, stoelen, televisies, planten. 
Annemiek Glorie: Akoestische panelen, podcaststudio. Nou echt, het kan zo gek niet zijn. 
Roel Van Gils: En waarom zou je moeten kiezen voor Algeco? 
Annemiek Glorie: Ik denk omdat we wereldwijd marktleider zijn en daarmee ook de kennis in huis hebben op alle vlakken. 
Joris Billen: En ik denk, we zijn gewoon de beste. 
Roel Van Gils: Ik sluit mij daar volledig bij aan. 

[30:26] Eén Benelux 
Roel Van Gils: En ik begreep tot slot nog dat jullie ook samen gaan, Nederland en België. Dat zit nog in de pijplijn, klopt dat? 
Annemiek Glorie: Sinds 1 januari zijn we aan het bouwen aan één Benelux. Waarin we heel veel voordelen zien. Waarin we uiteindelijk de klant beter kunnen bedienen. Onder andere met een technisch bureau, maar ook met een veel bredere markt aan klanten. Waar we kunnen leren van elkaar. Dus ja, wij zijn één Benelux vanaf 1 januari. 
Roel Van Gils: Nou, mooi. Gefeliciteerd. 
Annemiek Glorie: Dankjewel. 
Roel Van Gils: En dank voor jullie input. 
Joris Billen: Jij ook hartstikke bedankt. 
Annemiek Glorie: Heel graag gedaan. 

Gerelateerde podcasts


Bekijk alles

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.

Send us a message

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten