In de gevelbouw begint veiligheid bij ontwerp, materiaalkeuze en uitvoering. Marc Veenstra, eigenaar van IBS Afbouw, ziet dat de druk op kwaliteit toeneemt, zeker nu de brandveiligheidseisen verder worden aangescherpt. Tegelijk ziet hij dat de praktijk nog achterloopt. Volgens Veenstra moet de branche eerlijker zijn over risico’s, strakker documenteren en consequenter kiezen voor gecertificeerde uitvoering.
IBS Afbouw is actief in verduurzaming en afbouw, met een duidelijke focus op buitengevelisolatie en afwerking. Als ervaringsexpert deelt Veenstra zijn zorgen over veiligheid in de gevelbouw: in zijn visie kan de branche alleen vooruit als veiligheid en kwaliteit leidend zijn, in ontwerp, uitvoering en samenwerking.

De eisen voor brandveiligheid zijn sinds dit jaar verder aangescherpt, vooral bij gebouwen met een slaapfunctie. Toch loopt de uitvoering niet altijd in de pas met de regels. Veenstra merkt dat veel partijen daar nog niet op zijn ingericht. “Op papier lijkt alles geregeld, maar in de uitvoering gaat het mis zodra werk door gecertificeerde partijen wordt doorgeschoven naar partijen of zzp’ers zonder de juiste certificering.” Dan ontstaat alsnog risico. “Als die niet KOMO-gecertificeerd zijn, voldoet het niet.”
IBS is opnieuw door KIWA gecertificeerd volgens actuele eisen voor de verwerking van gevelisolatiesystemen. Veenstra koppelt dat direct aan verantwoordelijkheid onder de Wet kwaliteitsborging. “Als ik ons handboek niet bijhoud en niet documenteer, heb ik later altijd een probleem.” Daarom legt zijn team temperatuur, vochtgehalte en foto’s structureel vast. Dat is volgens Veenstra de enige manier om aan te tonen dat het werk veilig en correct is uitgevoerd. Wie die informatie niet kan overleggen, loopt risico op claims, herstelkosten en veiligheidsproblemen.

Veenstra ziet dat foutieve uitvoering nog te vaak wordt geaccepteerd. “Dat begint soms al bij het begin. Architecten die iets bedenken dat je eigenlijk niet veilig kunt maken. Sommigen zien alleen het geld en nemen de klus gewoon aan. Want als je de vinger op de zere plek legt, krijg je soms het label lastig.” Toch blijft Veenstra dat doen, juist omdat het gaat om veiligheid en kwaliteit. “We moeten het met zijn allen beter doen. Als je trots bent op je vak, kies je voor kwaliteit.” Daarnaast wijst hij op het belang van KOMO-certificering in de hele keten. Ook in het licht van de Wet kwaliteitsborging vraagt dat om scherpere keuzes. Veenstra pleit voor een hogere lat in de branche. Minder sturen op snelle winst, meer sturen op vakmanschap, controle en verantwoordelijkheid.