Aan de Kanaaldijk-Zuid in Eindhoven ondergaat het voormalige Campinaterrein een ingrijpende transformatie. Waar ooit de melkfabrieken van Campina het gebied domineerden, verrijst nu De Caai: een eigentijdse, groene stadswijk waarin industrieel erfgoed, betaalbaar wonen en hoogwaardige architectuur samenkomen. Een vooruitstrevende gebiedsontwikkeling van BPD, waarbinnen LEVS architecten twee woonblokken (Pure en Bloom) ontwierp met torens die het industriële karakter van de locatie vertalen naar een eigentijdse woonomgeving.
De Caai maakt deel uit van de bredere herontwikkeling van de Eindhovense Kanaalzone en omvat circa 700 woningen, aangevuld met voorzieningen, werkruimten en veel collectief groen. Het stedenbouwkundig masterplan van Studioninedots en DELVA Landscape Architecture & Urbanism zet in op een autoluw woonmilieu waarin ontmoeten, verblijven en bewegen centraal staan. De bestaande fabrieksgebouwen vormen daarbij niet alleen een tastbare herinnering aan het industriële verleden, maar ook het vertrekpunt voor de architectuur van de woontorens Fresh, Flow, Rise, Bloom en Pure.
“Ambitie voor de nieuwe woontorens is dat zij één familie zouden vormen”, weet Surya Steijlen, architect en partner bij LEVS architecten. “Om deze reden zijn een uitgebreid bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld met een standaard maatvoering van 25 x 25 meter voor de torens, een duidelijke opzet van onderbouw, middenbouw en kroon, basis woningplattegronden, een zichtbaar grid en een ton-sur-ton kleurenpalet van wit- en crèmetinten.” Opvallend hierbij is dat de woontorens Pure (toren 4) en Bloom (toren 2) aanvullend beschikken over een ringvormig laagbouwvolume met een dubbellaagse parkeergarage, compacte overkragende stadswoningen (Bloom) en sociale huurappartementen (Pure). “Een dermate complexe puzzel, dat wij gevraagd werden om een haalbaarheidsstudie voor deze ensembles uit te voeren. Vervolgens kregen we ook de architectonische uitwerking van de woontorens gegund.”

Met de realisatie van Pure en Bloom komen sociale en vrijesector huurwoningen, koopwoningen en woon-werkeenheden samen in één architectonisch geheel. “Bijzonder is bovendien dat in Bloom een vestiging van Het Gastenhuis (4 lagen) moest worden opgenomen”, vertelt Steijlen. “Verspreid over vier verdiepingen zijn 42 zorgkamers en een gemeenschappelijke sociëteit en binnenruimte ingericht voor mensen met dementie. Hiermee levert ons ontwerp een belangrijke bijdrage aan de inclusieve stadswijk, waarin verschillende doelgroepen naast én met elkaar kunnen wonen.” De woonblokken zijn georganiseerd rondom groene binnentuinen, die niet alleen zorgen voor rust en verblijfskwaliteit, maar ook bijdragen aan sociale ontmoeting. In november start de oplevering van de woningen, die nog door zal lopen tot eind dit jaar.
De architectuur zoekt nadrukkelijk aansluiting bij de industriële geschiedenis van de locatie. “Robuuste volumes, zorgvuldig gedetailleerde gevels en een eigentijdse materialisatie verwijzen subtiel naar de voormalige fabrieksbebouwing”, vertelt Steijlen. Als voorbeeld noemt hij de bijzondere belijning van Pure, met een onderbouw met smallere penanten, een middenbouw met verticale grid en een riante kroon. “De verticaliteit van de middenbouw is een duidelijke knipoog naar de naastgelegen voormalige Campina-kantine, terwijl de uitstraling van het koelhuis vooral terugkomt in de laagbouw”, vult senior architect Raphael Naef van LEVS architecten aan.

Voor de gevelafwerking van Pure is gekozen voor prefab betonelementen. “Bijzonder is dat op de kop van de L-vormige elementen een reliëfpatroon is aangebracht, waardoor de gevel een subtiele textuur en extra diepte krijgt”, aldus Steijlen. “Door de elementen afwisselend verticaal (laagbouw) en horizontaal (hoogbouw) te plaatsen, ontstaat een bijzondere geveldynamiek.” Dit geldt tevens voor woontoren Bloom, waar horizontale en verticale keramiekpanelen met een bijzondere profilering voor een spannende verweving zorgen. “Doordat de glansgraad van mat naar glanzend omhoog klimt speelt de woontoren op elk moment van de dag met de zon”, vertelt Naef. “Op deze manier krijgen de strakke en efficiënte volumes een verfijnde uitstraling en unieke finishing touch, terwijl tegelijkertijd de maakbaarheid is geborgd.”
“Bijzonder aan De Caai is dat we geen losse woongebouwen ontwerpen, maar bijdragen aan een nieuw stukje stad”, concludeert Naef. “Dit past heel mooi bij de ambitie van LEVS architecten om complexe binnenstedelijke verdichtingsopgaven te vertalen naar aantrekkelijke, inclusieve en toekomstbestendige stadswijken.”