Aan de Coolsingel in Rotterdam staat een kantoorgebouw waarin twee tijdlagen samenkomen. Een bankgebouw uit de jaren ’60 met een uitbreiding uit de jaren ’90. Om te voldoen aan de strenge toekomstige duurzaamheidseisen voegt Paul de Ruiter Architects nu een derde tijdlaag toe, met als resultaat: een gemeentelijk monument dat klaar is voor de toekomst en voldoet aan de Paris Proof-normen.
C93 was jarenlang in gebruik bij ABN AMRO. Zoals bij meer grote organisaties veranderde de manier van werken: minder mensen op kantoor, meer flexibiliteit. De bank besloot het vastgoed te verkopen en een deel terug te huren. Voor dit project werkte Paul de Ruiter Architects met onder andere De Vries en Verburg Bouw, IMd ingenieurs, Linssen, Peutz, Tank, Moss, Crimson/Jan-Willem Walraad en Bouad. Tijdens het proces werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument. Opvallend, want het complex is relatief jong. Architect Martijn van Gameren van Paul de Ruiter Architects legt uit: “Juist de combinatie van het oorspronkelijke ontwerp van architect Van Nieuwenhuizen en de uitbreiding van architect Van Erk gaf de doorslag. Twee tijdlagen die zorgvuldig met elkaar zijn verweven. De uitbreiding uit de jaren ’90 liet een groot deel van het oudere gebouw intact en respecteerde de bestaande structuur. Dat maakte het geheel bijzonder genoeg voor bescherming.”

Samen met de eigenaar en ontwikkelaar van BNP Parisbas Asset Management en Provast besloot het ontwerpteam bij de huidige renovatie zoveel mogelijk van het bestaande casco te behouden. “Wij houden niet van slopen. Zoveel mogelijk laten staan bespaart materiaal en voorkomt extra CO2-uitstoot. Onze toevoeging aan het gebouw zit vooral in de verduurzamingslaag”, aldus Van Gameren. Het atrium kreeg een nieuwe vorm. Waar eerder spiegelende wanden zaten, komt nu weer daglicht binnen. En ook de gevelopeningen zijn vergroot. “Dat zorgt voor prettigere werkvloeren en minder behoefte aan kunstlicht. Minder lampen betekent bovendien minder energiegebruik”, legt Van Gameren uit.
C93 is straks het eerste Paris Proof-monument van Rotterdam. “Als bureau zijn we heel trots dat het ons gelukt is om dit monument te verduurzamen. Dat zit nu helemaal vervlochten in het gebouw, waardoor het klaar is voor de toekomst. Dat betekent dus niet alleen een esthetisch nieuw beeld, maar ook onder de motorkap hebben we alles verbeterd. Van een lage energie-uitstoot tot duurzame materialen. En dat met een gebouw dat er in de jaren ’50 al stond.”
De toren groeit van 80 naar 100 meter hoog. De twee zwaarste bovenlagen zijn verwijderd en vervangen door lichtere constructies. “Zo blijft de belasting op de fundering beperkt. Veel onderdelen van de bestaande gevel zijn gedemonteerd, schoongemaakt en gerestaureerd. Daarna keren ze terug op grotere hoogte.” Zo ook de kenmerkende ‘koeienogen’: de grote, ovale ramen in de topgevel. “In de jaren ’90 zaten achter deze ramen de directiekamers. Op 80 meter hoogte zijn een hoop spannende deals gemaakt. We hebben de ramen nu op 100 meter teruggeplaatst. Ze hebben nu weer een heel nieuw perspectief op de stad.”
Een ander opvallend detail is het hergebruik van de natuurstenen gevelplaten. De zalmroze marmeren platen, Pantera Rosso, hingen er al dertig jaar. Ze waren slecht geïsoleerd en deels beschadigd. “In plaats van ze af te voeren, zijn ze vermalen en opnieuw geperst tot dunnere platen met vrijwel hetzelfde uiterlijk. Zo bleef de uitstraling behouden en krijgt het gebouw een beter geïsoleerde schil.”
Voor de stad is vooral de begane grond van belang. “De entree aan de Coolsingel was al twintig jaar gesloten. Die wordt weer geopend en transparant gemaakt en krijgt een publieke functie. Daarmee krijgt het gebouw opnieuw een gezicht naar de straat.”