Woningen worden compacter en tegelijk technischer. Warmtepompen, ventilatie-units, boilervaten, omvormers: het moet allemaal werken. Toch komt de technische ruimte in veel ontwerpen pas laat aan bod, als de plattegrond al vastligt. Interduct bracht daarom deskundigen uit de markt bij elkaar en legde hun kijk op de technische ruimte van vandaag en morgen vast in een visiedocument.
Aanleiding is een optelsom die niet meer uitkomt. Er moeten veel meer woningen worden gebouwd, ze moeten betaalbaar blijven en er zijn te weinig vakmensen. Ondertussen verandert de manier van bouwen nauwelijks. “In de huidige, conservatieve bouw wordt nog veel werk op de bouwplaats gedaan”, zegt Louis Nijssen, hoofd engineering bij Bemar, onderdeel van Interduct. “Ook installaties worden in kleine onderdelen op de bouw samengesteld.” “Met alles wat er speelt in de markt, kan het niet blijven zoals we het nu doen”, zegt Ruud van Kasteren, commercieel directeur van Robé, het productiebedrijf van Interduct.

Het visiedocument schreef Interduct samen met deskundigen uit het werkveld. “We willen de discussie aanwakkeren”, zegt Van Kasteren. “En ons licht laten schijnen op hoe we werken in de bouw. We kunnen veel reclame maken voor onze oplossing, maar om echt iets op gang te brengen, is meer nodig. Die mensen verzamel je niet achter de oplossing, wel achter de visie.” Van Kasteren ziet zijn eigen aanpak dan ook niet als de enige route. “Het is goed als meer partijen de visie delen en daar invulling aan kunnen geven. Dan ontstaat er genoeg speelveld.”
Het principe is volgens Nijssen simpel. “Alles wat je niet op de bouw hoeft te doen, doe je onder betere condities en met betere kwaliteit in de fabriek.” Instortkanalen gaan rechtstreeks naar de betonfabriek en worden daar in de vloer verwerkt. Collectieve ventilatiekanalen in appartementengebouwen komen in montagelengtes van de band, met isolatie en aftakkingen erop. “De monteur hoeft alleen nog te beugelen en te koppelen”, zegt Nijssen. De technische ruimte zelf is de volgende stap. Die wordt nu per woning ter plekke opgebouwd, wat veel uren kost. Een compleet voorbereide module aanleveren scheelt tijd en geeft betere kwaliteit. Het maakt het werk bovendien lichter. “Zo kun je langer gebruikmaken van vakkrachten, ook oudere vakkrachten.”

Prefab vraagt wel om een andere volgorde. Het gebouw moet vooraf virtueel zijn uitgewerkt, partijen moeten eerder aan tafel komen en de werkvoorbereiding wordt intensiever. Van Kasteren: “Nu beginnen we bij elk project weer vooraan. Maar de techniek is voor 80 tot 90 procent uitgedacht, dus de tijd die je in het voortraject kwijt bent, kun je besparen.” Ook de uren op de bouwplaats gaan omlaag en fouten en reparatietijd nemen af.
Eén partij verandert de werkwijze van een branche niet. De hele keten moet meebewegen, van ontwerper en aannemer tot installateur en producent. Volgens Van Kasteren zijn er genoeg bedrijven die de stap willen zetten. Met het uitdragen van hun visie hopen ze de beweging een stapje verder te krijgen.
Neem dan rechtstreeks contact op met Interduct.
Contact opnemen